pax roodgeel cmyk CMYKverkleindmettekst
Het wonder van de Bonifatiusbron te Dokkum 


De feiten 
In 1990 is het begonnen. Een echtpaar met een baby die last had van een hardnekkige hoest, bezocht de Bonifatiuskapel in Dokkum. Het had van alles gedaan om het kind van de hoest af te helpen maar tevergeefs. In de kapel is een kleine tentoonstelling ingericht met wandborden waarop het leven van Bonifatius staat beschreven en de geschiedenis van zijn verering in Dokkum. Op één van de borden staat de geschiedenis van de bron te lezen waar in de Middeleeuwen vele pelgrims naar toe trokken om te bidden voor genezing van hun ziekten en kwalen. 


Pastoor H. Peters was die middag ook in de kapel en gaf uitleg. Hij sprak ook met het echtpaar. Ineens kreeg de man een ingeving. Hij ging met zijn vrouw en kind naar de bron, kleedde het kind uit en dompelde het in de bron. Het kind bleek zijn hoest kwijt te zijn. 
Uit dankbaarheid heeft de man grotere bekendheid willen geven aan wat hem is overkomen en bracht zijn verhaal in de pers. langzamerhand verscheen het in alle dagbladen. Sedertdien komen er geregeld mensen naar Dokkum om hun heil bij de bron te zoeken. Verschillende van die bezoekers zijn er vast van overtuigd dat zij bij de bron genezing of verlichting van hun kwalen hebben gevonden. 
Wat moeten wij hiervan denken? Ik vind dat de pastoor van Dokkum gelijk heeft wanneer hij zegt dat men zulke ervaringen serieus moet nemen als ervaringen van mensen maar dat wij verder over deze ervaringen geen oordeel kunnen en moeten uitspreken. In ieder geval kunnen wij niet spreken van wonderen in de strikte zin van het woord. Aan een echt wonder worden door onze Kerk heel hoge eisen gesteld. Het moet duidelijk zijn dat iets helemaal niet uit natuurlijke oorzaken verklaard kan worden. 
Een wonder zou zijn als iemand plotseling geheel genezen zou zijn van kanker in een vergaand stadium. Men moet dus niet te snel spreken van wonderen. Het is niet duidelijk dat wat in Dokkum gebeurd is, niet uit natuurlijke oorzaken verklaard kan worden, hetzij lichamelijke, hetzij psychische. 
Men kan misschien spreken van gebedsverhoringen. Deze gebeuren als wij bidden, God om iets vragen. God luistert altijd naar onze gebeden. Niet dat Hij altijd doet wat wij vragen om Hem moverende redenen die ons mensen soms heel duister zijn. Maar soms gebeurt op een frappante wijze wat wij vragen. Veel mensen hebben in de loop der eeuwen bi; de bron van Bonifatius gebeden en keerden naar huis terug met de vaste overtuiging dat hun gebed op één of andere wijze was verhoord. 

De bron
Na het gebeuren in Dokkum en de vele publiciteit daarover is de discussie over de precieze plaats van de Bonifatiusbron weer opgelaaid. Historici menen dat de plaats van de bron niet de vijver vóór de kapel (in het Fries de dobbe) was maar dat de bron zich bevond op het huidige Marktplein waar een klein beeldje van Bonifatius staat op een fonteintje. 
Titus Brandsma die gestorven is in het concentratiekamp als martelaar en die een ijveraar was voor de verering van Bonifatius in Dokkum, meende dat de bron in de dobbe te vinden was die ongeveer 600 meter van het Marktplein af ligt. Daarom heeft hij ervoor geijverd dat bij de bron land gekocht werd en daarop een kapel gebouwd. 
Wat de devotie tot Bonifatius in onze tijd betreft, is het volstrekt onbelangrijk waar de bron historisch precies heeft gelegen. Op bepaalde plaatsen gebeuren wonderlijke dingen, niet omdat het water daar van een bijzondere samenstelling is, maar omdat mensen daar bidden met geloof en vertrouwen. Religieus gezien wordt de plaats van de bron bepaald door de devotie en het geloof van de mensen. In de Middeleeuwen kan het centrum van de devotie in het centrum van de stad Dokkum zijn geweest; nu is dat bij de dobbe. 
Het lijkt mij moeilijk te ontkennen dat in de Middeleeuwen het centrum van de verering van Bonifatius in Dokkum op het Marktplein was. Daar was een abdijkerk waar volgens getuigenissen van schrijvers die dat zelf hadden gezien, een fontein was. Enkele jaren geleden bij de reconstructie van het Marktplein is de plaats van de fontein teruggevonden. Op die plaats vond men een put die met stenen dichtgegooid was. Men plaatste daar een fonteintje waaruit gewoon leidingwater stroomt en een beeldje van Bonifatius. Toch is de mening dat de plaats van de bron bij of beter in de dobbe was, heel oud. 
Titus Brandsma heeft zich niet zo erg vergist. In de Kerkelijke Historie en Outheden van 1726 die teruggaan op veel oudere bronnen lezen wij op blz. 102: ,In het klooster (even als buyten de stad, daar de bron of ader was) is eertijds een springende fontein geweest." 
Het centrum van de devotie in Dokkum was inderdaad de abdijkerk waarin een fontein was. Maar er was ook een fontein buiten de stad, de dobbe. Daar was de bron of ader waar het water vandaan kwam. Om het duidelijk te zeggen: Bonifatiuswater was volgens de middeleeuwers te vinden in de abdijkerk maar ook in de dobbe. De abdijkerk is in de tijd van de reformatie afgebroken en de fontein gedempt. Sedertdien is Bonifatiuswater alleen nog in de dobbe te vinden. Ik denk dat Titus Brandsma dit heeft geweten. Maar nogmaals, de historische kwestie is niet beslissend als het gaat om de vraag waar het centrum in Dokkum is van de verering van Bonifatius. 

Uw geloof heeft u gered
Hoe moeten wij over de gebeurtenissen rond de Bonifatiusbron denken? Bij deze vraag gaat het niet zozeer om wat wij moeten denken over wat de laatste maanden bij de Bonifatiusbron is gebeurd. Wij staan er nog te dicht bij om daarover een oordeel uit te spreken. Wij moeten afwachten wat er verder gebeurt. Ik denk dus bij deze vraag vooral aan wat ons in de traditie van Dokkum wordt verteld, namelijk dat mensen bij de bron genezing vonden. Dit is niet toe te schrijven aan bijzondere eigenschappen van het water in Dokkum. Het water van de bron is gewoon water. Het bevat geen bijzondere stoffen of mineralen zoals de geneeskrachtige bronnen in Duitsland of Oostenrijk. Uiteraard is er ook geen bijzondere bovennatuurlijke of magische wonderkracht in te vinden. Het water van de bron heeft in zich niet meer en niet minder geneeskracht dan gewoon water overal elders. Als een bezoek aan de bron voor mensen geestelijk of lichamelijk heilzaam is, dan komt dat omdat bij de bron mensen bidden, geloven en vertrouwen op God. Dat bidden en vertrouwen op God heilzaam is, wordt in het evangelie herhaaldelijk benadrukt. Als Jezus mensen genezen heeft, zegt Hij dikwijls: Uw geloof heeft u gered. In het verhaal van de Kananese vrouw die Jezus geneest lezen wij: Vrouw, ge hebt een groot geloof. U geschiede gelijk ge wenst en de vrouw was genezen. 
Geloof en gebed zijn heilzaam, genezend in ieder geval voor de geest maar soms ook voor het lichaam. En dat is eigenlijk wel te begrijpen. Echt geloof, contact met God, brengt de mens op een ander plan. Het herstelt een innerlijk evenwicht dat verbroken was. En daardoor komen krachten in ons vrij die wij misschien onderdrukt hebben en die een helende werking kunnen uitoefenen. Eens werd een lamme van boven vanuit het dak neergelaten voor de voeten van Jezus omdat hij vanwege de menigte anders niet bij Jezus kon komen. Toen Jezus zijn geloof zag, zegt het evangelie, zei Hij: Uw zonden worden u vergeven. En daarna zei Jezus: Ik zeg u sta op, neem uw bed mee en ga naar huis. En de man stond op. Het geloof herstelt het evenwicht dat door de zonde of andere oorzaken is verbroken. Zulke gebeurtenissen zijn wonderlijk. Maar het meest wonderlijke is niet de lichamelijke genezing, hoe wonderlijk die ook kan lijken. Het meest wonderlijke is dat mensen een geloof hebben dat zo zuiver is dat het helend werkt. Dat is een mens niet alleen uit eigen kracht. Dat is een gave, een genade. In het evangelie van Marcus wordt ons vertelt dat Jezus zegt aan een vader die vraagt om genezing van zijn zoon: Alles kan voor wie gelooft. De vader antwoordt: Ik geloof, Heer kom mijn ongeloof te hulp. De vader bidt om de gave van het geloof opdat daardoor de zoon genezen kan. Er gaat van het geloof een helende kracht uit. 
De bron van Bonifatius is in de geschiedenis wonderlijk geweest omdat mensen tot geloof kwamen op de plaats waar Bonifatius het geloof aan de Friezen heeft gepreekt en waar hij voor het geloof is gestorven. 

Plaatsen van geloof.
Geloof is heilzaam en kan soms bijdragen tot genezing van een mens. Nu kun je overal bidden en overal geloven. God luistert altijd naar het gebed van de mensen en soms geeft Hij ons wat wij vragen. Wij ervaren dat als een gebedsverhoring. Dat zijn geen wonderen in de strikte zin van het woord. Maar gelovige mensen kunnen er toch diep van onder de indruk komen en ervan overtuigd zijn dat God hun gebed heeft verhoord. Dit komt veel meer voor dan wij misschien denken. 
Erg veel gelovige mensen hebben in hun leven ervaren dat God naar hen luistert en hen helpt. Voor gebed, geloof en gebedsverhoringen zijn geen aparte plaatsen van geloof nodig. Dat kan overal gebeuren. Toch zijn er in de wereld plaatsen van geloof. Dat zijn plaatsen waar mensen gemakkelijker tot geloof komen dan elders. Het zijn veelal bedevaartsplaatsen. Aan deze plaatsen zijn bijzondere herinneringen verbonden zoals de verschijning van Maria in Lourdes of de dood van Bonifatius in Dokkum In deze plaatsen heerst een bijzondere sfeer die het gemakkelijker maakt voor veel mensen om te bidden en te geloven. Er zijn daar veel biddende mensen; vaak zijn er mooie kerken, soms is de natuur van een bijzondere schoonheid en geheimzinnigheid zoals in Subiaco waar Benedictus in een grot leefde. 
In het alledaagse leven zijn er zoveel dingen die onze aandacht trekken en ons verstrooien, dat het soms moeilijk is om tot geloof en gebed te komen. Als wij pelgrimeren naar plaatsen van geloof, zijn wij erg uit de sfeer van het gewone leven, uit de dagelijkse sleur en vinden wij gemakkelijker contact met God. Zulk een plaats van geloof is in de Middeleeuwen Dokkum geweest voor vele duizenden mensen, vooral Friezen. Het was alsof daar de mensen en God elkaar gemakkelijker ontmoetten. 

Water
Heel dikwijls, hoewel lang niet altijd, zijn er op plaatsen van geloof bronnen met stromend water. Zo is het in Lourdes, zo was het in Dokkum. De bedevaartgangers drinken dat water, wassen zich er mee of nemen daarin een bad. Water heeft voor christenen een heel bijzondere symbolische betekenis. Water duidt op het water van het doopsel. Door het doopsel worden wij gereinigd van de zonde; wij worden verbonden met God en de innerlijke harmonie wordt hersteld. Het drinken van het water of het zich ermee wassen op bedevaartsplaatsen drukt het verlangen uit naar het herstel van de zuiverheid en de harmonie die door het doopsel wordt geschonken. 
Dit herstel is heilzaam voor ons, allereerst voor onze ziel maar soms ook voor ons lichaam. Het is genezend. Water duidt ook op Christus. Bij de put van Jacob zegt Jezus tot de Samaritaanse vrouw dat Hij zelf de bron van levend water is. Op het Loofhuttenfeest waarop water uit de bron Siloam op het brandofferaltaar werd gegoten, riep Jezus: Als iemand dorst heeft, hij drinke. Zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Drinken uit de bron op bedevaartsplaatsen geeft uiting aan het verlangen naar contact met Jezus, de bron van het levenwekkende water. 
Wij leven in een rationele tijd, een tijd waarin wij met rationeel denken alleen, trachten door te dringen tot de werkelijkheid. Daardoor hebben wij soms het gevoel voor het mysterie wat verloren. Zelfs ons bidden heeft een wat rationele inslag. Wij formuleren verstandige gedachten en richten die tot God. Dit is op zich geen slechte of afkeurenswaardige wijze van bidden. Jezus heeft echter niet alleen gezegd dat wij God moeten beminnen met heel ons verstand alleen. Hij heeft gezegd dat wij God moeten beminnen met heel ons verstand, heel ons hart en heel onze ziel, dus met iedere vezel van ons wezen. In onze rationele tijd denken veel mensen dat wij goed bidden als wij onze gedachten op God concentreren en heel bewust met Hem bezig zijn. En dat is natuurlijk een heel hoge vorm van gebed. 
Maar de mens is niet alleen verstand. Hij heeft ook een lichaam dat door zijn houding van eerbied voor God getuigt en het gebed van het verstand daardoor ondersteunt. Bovendien zijn er mensen die moeilijk alleen met hun bewustzijn kunnen bidden. Zij hebben er behoefte aan zich ook tastbaar, lichamelijk te uiten. Zij gaan op bedevaart, steken kaarsen op, lopen in een processie en zingen. Zij drukken hun verlangen naar zuiverheid en innerlijke harmonie uit door te drinken uit de bron en zich met het water van de bron te wassen. Zo hoef je het niet te doen; het is niet voorgeschreven. Maar het is ook niet juist om dit als een oneigenlijke of minder juiste wijze van gebed en geloofsuiting te beschouwen. Een mens kan in zijn omgang met God zich eigenlijk niet uitdrukken tenzij door allerlei symbolen. 

Dokkum, de stad van Bonifatius.
Dokkum is in de Middeleeuwen een plaats van geloof geweest. Na de reformatie is daaraan een eind gekomen. De abdijkerk werd afgebroken en de fontein in de kerk met stenen dichtgegooid. Na enkele pogingen in de vorige eeuw, heeft Titus Brandsma met enkele anderen getracht de oude traditie weer in ere te herstellen. Het terrein bij de dobbe werd gekocht en daarop werd een kapel of beter gezegd een tamelijk grote kerk gebouwd. 
Even leek het alsof de belangstelling voor Dokkum ais bedevaartsplaats zou toenemen maar in de zestiger jaren nam de belangstelling voor Dokkum af. De nadruk lag zozeer op de weliswaar noodzakelijke vernieuwing van de Kerk dat men minder belangstelling had voor oude tradities. Toch werd er steeds ieder jaar een bedevaart van het bisdom Groningen naar Dokkum georganiseerd. Maar er zijn jaren geweest dat er niet meer dan 200 á 300 mensen kwamen. Toch groeide langzamerhand de belangstelling voor Dokkum als bedevaartsplaats. De kapel werd prachtig gerestaureerd. Er kwam in de kapel een kleine tentoonstelling over het leven van Bonifatius en de geschiedenis van zijn verering in Dokkum zodat de bezoekers en de toeristen die het mooie stadje Dokkum bezoeken, enig beeld kregen van wie Bonifatius was. De gemeente besteedde steeds meer zorg aan Dokkum als stad van Bonifatius. 
Door de gebeurtenissen bij de bron die veel publiciteit kregen, werd Dokkum als stad van Bonifatius in het hele land meer bekend. Sedertdien neemt het aantal bezoekers aan Dokkum, de kapel en de bron toe. Wij moeten natuurlijk afwachten wat dit alles betekent voor de verering van Bonifatius in Dokkum. Maar hoe het verder ook met de bron zal gaan, ik hoop dat de belangstelling voor Dokkum als plaats van geloof zal toenemen. Wij hebben in het noorden van ons land naast Dokkum eigenlijk geen bedevaartsplaatsen. Ons geloof is soms wat eenzijdig verstandelijk en beredeneerd en daardoor wat koud en kil. Naast inzicht speelt in het geloof ook gevoel, warmte en devotie een rol. En daaraan voelen gelovige mensen soms ook behoefte. 

Naäman de Syriër
Dat mensen genezen door te drinken uit een bron en dat die bron zich op een bepaalde plaats bevindt zoals Lourdes of Dokkum in de Middeleeuwen, is iets vreemds, zeker als je in Noord?Nederland woont. In zuidelijke landen hebben ze daar minder moeite mee. In dit opzicht lijken wij op Naäman de Syriër. Hij was melaats en ging naar Palestina omdat hij van een Joodse slavin had gehoord dat er in het land van de Joden een profeet was die mensen genas. Naäman kwam bij de profeet Elisa. Deze zei dat Naäman zich zeven keer in de Jordaan moest wassen en dat hij dan genezen zou zijn. Naäman was hevig verontwaardigd. Hij kon zich niet voorstellen dat het water van de Jordaan beter water bevatte dan de rivieren in zijn land. Door je te wassen in de Jordaan wordt je niet beter, dacht hij. Op aandringen van zijn dienaren ging hij echter toch het water van de Jordaan in en genas. 
Waarom? Omdat het water van de Jordaan zulk bijzonder water was? Omdat het in zich magische wonderkrachten bevatte? Natuurlijk niet, Naäman genas door zijn geloof. Door zich na hevig tegenstribbelen toch te wassen in de Jordaan, stelde hij een daad van geloof, van geloof in de God van de Joden. Dat was niet alleen een intellectuele daad van geloof, een bewustzijnsdaad maar een daad van lichaam en geest, van zijn hele wezen. Hij waste zich zeven maal. Ondanks zijn tegenzin ging hij zeven maal het water in en getuigde daardoor zeven maal dat hij geloofde in de God van de Joden. Daardoor groeide het geloof van Naäman en hij genas. 
Dokkum is iets bijzonders geweest in het verleden. Het is niet het water maar het geloof dat werkelijk heilzaam was in Dokkum. Dit geloof wordt door ons, lichamelijke mensen, dieper beleefd als het ook lichamelijk is en zich uitdrukt in tastbare symbolen. 

Mgr. J.B.W.W. Moller
Bisschop van Groningen 1990