Overweging van de week

B Doop des Heren
10 januari 2021

Voor pdf versie klik hier

Evangelie

Marcus 1: 7-11bijbel
In die tijd predikte Johannes: ‘Na mij komt die sterker is dan ik, en ik ben niet waardig mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb u gedoopt met water maar Hij zal u dopen met de heilige Geest’. In die tijd vertrok Jezus uit Nazaret in Galilea en liet zich in de Jordaan door Johannes dopen. En op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemel: ‘Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen’.

Overweging in Dokkum door Ann Dikhoff

preekstoel

Als je doet wat je zegt, lieg je niet.
Een gevleugelde uitdrukking uit mijn prille kinderjaren. Dat kreeg ik als antwoord op plannetjes die ik in mijn fantasie gemaakt had en die ik wilde uitvoeren. Speels, tot ik rond een jaar of 10 was en besefte wat er precies gezegd werd. Dat kwam binnen en ben ik nooit meer vergeten.

Marcus begint zijn evangelie met deze woorden:
– Begin van de goede boodschap van Jezus Christus, Zoon van God. Zoals geschreven staat bij de profeet Jesaja:
Zie, Ik zend mijn bode voor u uit,
om uw weg te banen;
een stem roept in de woestijn:
Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht,
zo trad Johannes op. Hij doopte in de woestijn en verkondigde een doop van bekering tot vergeving van zonden.-

Johannes, zoon van Zacharias en Elisabet, was een joodse profeet die in dezelfde tijd leefde als Jezus . Volgens hem was het oordeel van God nabij en daarom riep hij de mensen op tot bekering. Door zich door hem te laten dopen, worden zonden uitgewist en toon je dat je anders wilt gaan leven; een juiste houding tegenover God wilt aannemen.

Als je doet wat je zegt, lieg je niet.

In deze rare tijd met alle onzekerheden en steeds veranderende regels proberen wij er het beste van te maken. Veel afspraken gaan niet door en dat geeft ruimte en tijd.
Vragen borrelen als vanzelf op.
Leef ik nu echt? Wat ik tot nu toe met mijn leven geprobeerd heb, zijn dat alleen maar probeersels, voorlopig en beperkt? Waar begint mijn leven echt? Hoe kan ik dat,…. na beschadigingen en mislukkingen, opnieuw beginnen? Opnieuw maar dan bewuster, beslister? Wie ben ik, wat kan ik?
En onze parochiegemeenschap?…..hebben we het samen goed geprobeerd? Zijn we beschadigd door deze coronatijd? Hebben we de veerkracht om fris te starten? Willen we dat, doen we dat?

Marcus zegt in het begin van zijn evangelie tegen ons dat elk echt beginnen en opnieuw beginnen, zijn vertrekpunt heeft in de Goede Boodschap, de blijde boodschap van Jezus Christus, Zoon van God.
Brenger van die blijde boodschap is Johannes de Doper.
Hij is een ruige woestijnmens.
Hij roept op tot bekering.
Altijd weer zullen wij ons bekeren van eigenliefde tot aandacht, van zelfgenoegzaamheid tot dienstbaarheid, van een mondkapje op voor jezelf maar ook voor de ander, van eerst ik en dan pas de ander.
Wij kunnen ons steeds wenden naar de concrete mens. Wie ben je?

Als je doet wat je zegt lieg je niet.

Johannes predikt,…. maar even verder in dit evangelie lezen we dat Jezus aansluit in een lange rij van mensen,door het leven getekende en zondig, zij willen zich door Johannes laten dopen.
Jezus is als het ware ondergedompeld in deze stroom van mensen van goede wil. Eenmaal aan de beurt wordt Hij ondergedompeld in de rivier waarin de zondigheid van een heel volk samenstroomt, Hij wordt ondergedompeld in de Jordaan. Daar voelt Hij zich op zijn plaats, thuis.
Na zijn onderdompeling ziet Jezus twee dingen, die wij meestal in één adem noemen: de hemel scheurt open en de Geest daalt als een duif op Hem neer.

Al ontzettend lang wordt dit visioen uitgelegd als: een stem uit de hemel.
God zegt dat Jezus zijn geliefde Zoon is waarin Hij vreugde vindt.
Jezus is Gods liefste Zoon, zijn Messias, in wie de liefde van God volop doorbreekt in deze wereld. Mogelijk een beetje Rijk van God op aarde.
Ook in ons leven, als leerlingen van Jezus, leven we tussen de vertrouwde, dikwijls bevuilde rivier van het dagelijks leven en de openbrekende hemel. Dan ervaren we even het Rijk van God op aarde.
Voor ons is zowel de rivier als de open-hemel ons thuis. Soms helemaal ondergedompeld in het leven van iedere dag met al zijn corona- en ander nieuws, soms levend als mensen naar Gods hart.
Hoe?

Daar kunnen we een antwoord voor vinden in de lezing van Jesaja.
Jesaja laat Gods spreken; zo spreekt de Heer……… die zegt: Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt! Ook gij die geen geld hebt, kom toch. Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is? Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt?
Maar dan moeten we onze oren spitsen, want God zegt niet: neem alles maar zomaar mee.
God zegt: Luístert, luístert naar Míj: dán eet gij wat goed is, dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs.
Neigt uw oor en kómt naar Mij en luistert en gij zult leven.
Een blijvend verbond ga Ik sluiten met; de gunst aan David verleend verloochen Ik niet.
Dit verbond is de belofte van een eeuwig koningschap voor het huis van David, oftewel:
voor David persoonlijk én voor zijn nakomelingen. Anders dan bij Saul blijft het koningschap aan David verbonden. Dit koningschap vindt zijn vervulling in de Koning der koningen, die uit het huis van David geboren zal worden, namelijk de Messias, Jezus Christus.
David heb Ik gemaakt tot getuige voor de volkeren, tot vorst en gebieder over naties.
Jesaja spreekt hier tegen de ballingen, die in Babylon de afgod Marduk hebben aanbeden en niet erg geïnteresseerd zijn in een terugkeer naar Jeruzalem. Hij spoort ze aan die verkeerde weg te verlaten, om terug te keren naar de Heer, terug naar onze God, die altijd wil vergeven.

Doe.

Samenvattend: Johannes de Doper durft te dromen in het spoor van de grote profeten van Israël vóór hem. Die droom is het venster waardoor hij een kijkje kan nemen in een andere wereld, die in de drukte van alle dag niet toegankelijk is.
Hij roept ons op om te keren. Ons niet te blijven vastklampen aan wat we hebben. Hij roept ons op het vertrouwde los te laten en op wegen van bevrijding te gaan.
Er komt iemand zegt Johannes, die dit kan: Jezus.
Hij zal dóen wat Johannes voorziet.
Jezus ziet iets (de hemel scheurt open), Jezus hoort iets (de stem van God)en daarmee begint het. Met horen en zien begint iets nieuws. Dat komt uit den hoge.
Geestkracht!!
Die geestkracht daalt op Jezus neer, als een duif. De duif is het teken van nieuw leven (ark van Noach) van vrede en verzoening.
Jezus heeft God, die liefde is, gevonden in zijn doop en gaat nu de werkelijkheid- waarin mensen gevangen zitten- openbreken en hen de weg wijzen, hun droom achterna. Die droom is toch ook onze droom: een beetje Rijk van God op aarde.

Doe wat je zegt, dan lieg je niet.

Overweging in Burgum door Roelina Konst

Naar ik aanneem, zijn wij allemaal zoals we hier bijeen zijn, gedoopt. Ook Jezus is gedoopt, door zijn neef Johannes, zoals we zojuist in het evangelie hoorden. Het doopsel van Johannes kan volgens zijn eigen zeggen niet in de schaduw staan van het doopsel waarmee Jezus de mensen zal inwijden in een geheel nieuw leven. ‘Ik heb u gedoopt met water’, zegt Johannes tot zijn dopelingen, ‘maar Hij zal u dopen in heilige Geest’. En nu worden we allemaal uitgenodigd om over ons doopsel na te denken. Wat is er met ons gebeurd toen het water in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest over ons hoofd vloeide? Wat heeft het doopsel in de loop der jaren met ons gedaan?

Eigenlijk is dopen een heel simpel ritueel, een handeling die je ook maar één keer in je leven ondergaat. Een ritueel dat in alle christelijke kerken voltrokken wordt. Intussen is het gelukkig een oecumenisch feit dat niemand die overstapt naar een andere christelijke kerk, overgedoopt hoeft te worden. De doop wordt wederzijds door alle christelijke kerken als geldig erkend.

druppelMisschien heb ik dit wel eens eerder verteld, maar ik blijf het heel bijzonder vinden en daarom wil ik dit graag delen met u allen.
Toen ons eerste kindje Richard werd geboren en wij wisten dat hij niet lang zou leven, hij was niet levensvatbaar omdat hij geen hersenen had. Hij heeft drie kwartier geleefd, stonden we met de vraag; wij willen graag dat hij gedoopt wordt, hoe doen we dit. Nu er in het ziekenhuis op dat moment geen priester aanwezig was hebben we met onze pastoor gebeld en gevraagd hoe te doen. Hij heeft ons toen gemeld dat wij zelf hem mochten dopen en uitgelegd hoe te doen, dit was heel bijzonder, dat kunt u wel begrijpen. Wij hebben dit als ouders heel waardevol gevonden en nog steeds, voor ons gevoel hebben we hem toch als kind van God ook weer aan God terug gegeven, maar met een goed gevoel.
Met dit verhaal is mijn uitleg voor ons, zelf als ouders, waarom je je kind het doopsel wilt geven, heel bijzonder, tenminste dat is ons gevoel hierbij. Laat wel weten ieder doet het met zijn eigen uitleg natuurlijk. Als je zoals bij ons in de kerk meestal gebruikelijk is, de kinderdoop, als ouders gaat beslissen over wat je je kind wilt meegeven. Je weet nooit wat je kind er later mee gaat doen, blijft het bij de kerk aangesloten of wil het helemaal niets meer met de kerk te maken hebben. Dat is iets wat je op dat moment dat jij je kind doopt niet kan uitstippelen. Natuurlijk hoop je dat je kind hier zijn leven lang steun aan zal beleven.
Sommigen zullen hier veel aan hebben en anderen gaan zich steeds verder van de kerk afzetten, maar ik denk zelf dat als ze er later behoefte aan hebben altijd weer terug zullen komen en blij zijn dat ze de doop hebben gekregen.

Nu we het over de doop hebben zou ik ook graag willen vertellen dat ons eigen nieuwe doopvont al heel ver is, nu door de corona is de laatste hand er nog niet aan gelegd, maar alle onderdelen zijn klaar, het moet alleen nog in elkaar gezet worden. We hopen dat als er straks weer met meer mensen gekerkt kan worden, wij ook een feestelijke viering mogen beleven met ons nieuwe doopvont. Laat mij wel zeggen dat ik geregeld foto’s heb gekregen over de onderdelen, tekening die het vont krijgt. Ikzelf ben helemaal weg van dit nieuwe vont, het wordt echt, geloof mij, heel mooi.

Maar gedoopt, ondergedompeld worden in de heilige Geest, daarbij kunnen we ons misschien minder voorstellen. En toch moeten we maar eens proberen ons ook dat ondergedompeld worden in de heilige Geest letterlijk voor te stellen.
‘Hij zal u dopen in de heilige Geest’, zegt Johannes op het moment waarop hij Jezus met water doopt. Het is de Geest van God uit het eerste hoofdstuk van het scheppingsverhaal, de Geest van God die zweefde over de wateren voordat Hij zijn scheppende activiteit begon. Diezelfde Geest zag Jezus na zijn doop in de Jordaan op zich neerkomen als een duif. Dat wil zeggen; op de wijze van een duif, als een zacht briesje, zoals ook de profeet Elia Gods aanwezigheid ervaarde in ‘het suizen van een zachte bries’.
Tweeduizend jaar na die belangrijke doopviering aan de oever van de Jordaan zetten wij de praktijk van dat doopsel nog steeds voort. Gedoopt worden of gedoopt zijn betekent dan niet in de eerste plaats dat je jezelf iets voorneemt, dat je je tot iets verplicht. Dat is slechts het doopsel van Johannes. Gedoopt worden of gedoopt zijn betekent vooral dat je omwaait wordt door Gods Geest, zoals een kind bij de geboorte voor het eerst de lucht inademt. Wat een levensbepalende gebeurtenis! Bij het doopsel worden we uitgenodigd Gods Geest in te ademen en ervan te leven.

Ook al gaat dat mysterie ons verstand te boven, we worden door het doopsel opgeroepen te leven van de adem Gods, en daarin ons geluk te vinden. Niets meer en niets minder. Misschien schrikken we daar een beetje van, omdat we niet zo vaak nadenken over de betekenis van ons eigen doopsel. Leven van Gods adem, ondergedompeld zijn in Gods Geest? Is dat niet wat hoog gegrepen voor een gewone sterveling als ik? Gaat dat niet te ver? Zullen we het maar houden bij het doopsel van Johannes, met zijn morele oproep tot bekering? Dat sluit toch beter aan bij onze ervaringen?
Dat kan wel zijn. De Geest van God gaat immers onze gedachten en ideeën verre te boven. Maar het zou vreselijk jammer voor ons zijn als we alleen maar zouden kijken naar het waterbekken in de grond, en geen oog zouden hebben voor de Geest van God boven ons hoofd. Laten we nooit vergeten dat we gedoopt zijn in water én Geest.

Ter overdenking

Gedoopt zijn
is bevrijding mogen ervaren.
De toekomst krijgt kansen in je.
De kracht van het Goede haalt het.

Gedoopt zijn
is altijd opnieuw ja zeggen aan Gods Geest
in jezelf en in anderen.

Gedoopt zijn
is een voortdurende uitnodiging en opdracht
tot solidariteit met medemensen,
tot delen van je tijd, je aandacht,
om je talenten in te zetten voor Gods droom.

Gedoopt blijf je heel je leven.
Het is een contract tussen jou en de Geest van God.
Wat een geluk, wat een dynamiek!

Federatie Kana  

Bergum

Burgum

Dokkum

Dokkum

schiermonnikoog

Schiermonnikoog

Newreader

Inhoudsopgave