Overweging van de week

Zondag 13 door het jaar in jaar A
27/28 juni 2020

Voor pdf versie klik hier

Evangelie

Matteüs, 10, 37-42bijbel

In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen „Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. „En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. „Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. „Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft. „Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is, zal ook het loon van een profeet ontvangen; en wie een deugdzaam mens opneemt, omdat het een deugdzaam mens is, zal ook het loon van een deugdzame ontvangen. „En wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan."

Overweging door pastor Paul

camilloZusters en broeders,
Er is een groot verschil van sfeer in de lezingen van vandaag en dan met name tussen de eerste lezing uit het boek Koningen in het Oude Testament en in het Evangelie. Van de eerste lezing krijg ik een warm gevoel. De profeet Elisa, een van de grote profeten uit Israël trekt door het land om te spreken over God en om zijn wil kenbaar te maken aan de mensen. Zo komt hij ook in Sunem. Daar woont een echtpaar dat er warmpjes bij zit en de vrouw van het echtpaar nodigt Elisa op elk van zijn reizen van harte uit voor de maaltijd. Voor haar is dat nog niet genoeg: ze biedt Elisa een permanente tweede woning aan die òp het bestaande huis moet worden gebouwd. Geen luxe appartement maar een stoel, een tafel, een bed en een lamp. Privacy zouden wij dan nu zeggen.
Zelf ben ik zondag teruggekomen uit Fulda, onze partnerstad in Duitsland, waar de patroonheilige van ons bisdom Bonifatius begraven ligt. Eén van de grondleggers van de band met Fulda, vriend Konrad Schnorr is daar op Witte Donderdag overleden en zijn urn werd vorige week vrijdag bijgezet op het kerkhof. Ik ben met goede vrienden daar naar toe gegaan. Juist om de gastvrijheid die we daar altijd weer ondervinden in Fulda. De bisschop maakt tijd voor je, de Oberbürgermeister, goede vrienden, de pastoor van Fulda en noem maar op. Iedere keer dat je daar komt weet je, dat je meer dan welkom bent en dat de gelovigen van daar je dat ook graag laten voelen. Dan is het ondanks de droevige aanleiding dit keer, altijd weer iets om naar uit te zien! Ik weet nog deat jaren geleden iemand uit ons gezelschap zich bezwaard voelde bij al die hartelijkheid. ‘ik kan dat nooit allemaal terugdoen!’, zei hij. ‘Dat verwacht ik ook helemaal niet. Ik geniet er zelf ook van dat ik jullie hier zo mag ontvangen’, zei de gastheer.
Zo gaat het met gastvrijheid: je doet dat graag zonder er op te rekenen dat je ooit precies hetzelfde terug zult krijgen. Dit is normaal gesproken het seizoen waarin we gaan genieten van de gastvrijheid van anderen. Je gaat naar dat leuke hotelletje in Zwitserland, of lekker bruin bakken aan een Spaans strand. Toen ik nog klein was gingen we logeren, bij opa en oma of bij een oom en tante met kinderen van onze leeftijd. Dat verre reizen is op dit moment een beetje moeilijk omdat sommige delen van de wereldkaart nog rood of oranje of geel gekleurd zijn, dus minder toegankelijk zijn. Zeker voor niet noodzakelijke reizen (al zullen heel wat mensen toch wel noodzakelijk aan vakantie toe zijn) Maar we mogen in ons eigen land weer heel veel leuke dingen gaan doen en in de bossen en aan het water valt er ook veel te genieten!

Het ìs me nogal wat, datgene dat er vandaag van ons gevraagd wordt in het Evangelie: “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig, wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig.” (Matt. 10: 37) Jezus vraagt van zijn leerlingen een radicale liefde en trouw. We moeten voor Hèm kiezen, éérder dan voor onze naaste familieleden, zoals vader, moeder, zoon en dochter. Geen compromis waarbij we onze aandacht en liefde verdelen over Hem en onze familie, maar een fundamentele keuze voor het volgen van Jezus: anders kun je je maar beter geen christen noemen. Oók al zou dat een kruis betekenen, lijden. Jezus voegt er immers onmiddellijk aan toe: “Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig.” (vers 38) Opnieuw die woorden: ‘is Mij niet waardig’. Een contrast met de woorden van de honderdman uit een ander deel van het Evangelie, woorden die ook wìj straks weer zullen uitspreken, vlak voor we ter communie gaan: “Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt.” (Matt. 8: 8) En wie zou ook met een gerust hart durven zeggen dat je ‘waardig bent om de Heer te ontvangen’? Wie durft zonder aarzelen te zeggen dat je klaar bent en onschuldig genoeg om de Zoon van God onderdak te verlenen? Ieder die van ons die eerlijk genoeg is om eens goed naar zichzelf en het eigen leven te kijken, weet immers dat het er soms maar armzalig uitziet?
Leerling zijn van Jezus is niet gemakkelijk: geen kat in het bakkie en het heeft ook niets te maken met het gezin waarin je geboren bent of met de traditie waarin je grootgebracht bent. Het gaat er om dat je vroeg of laat zèlf een keuze maakt voor Jezus. Ieder voor zich! Het Evangelie van vandaag maakt ons duidelijk hoe beslissend die keuze is. Vorige week heb ik al gesproken over de keuze voor die andere grondwet: de grondwet van de liefde. Daarover kan en mag een christen niet onderhandelen. Daar is geen compromis in mogelijk! De leerlingen van Jezus zijn díé mensen die zonder welke terughoudendheid dan ook kiezen voor de persoon van Jezus en voor zijn lot. Daaraan valt niet te ontkomen! En een leerling vìndt zichzelf ook pas als je op zoek bent naar Jezus en wie Hìj voor je is!
Dat is ook de betekenis van de woorden die volgen: “Wie zijn leven vindt zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.” (vers 39) die woorden komen maar liefst zes keer voor in het Evangelie. Een teken dat de eerste christengemeenschappen het belang van die woorden maar al te goed dóór hadden. Ze hadden het immers gezien bij Jezus zèlf! Hijzelf had immers zijn leven weer gevonden in de verrijzenis nadat Hij het had verloren aan het kruis op Golgotha! En zowel het verliezen van zijn leven als het winnen van zijn leven had te maken met zijn inzet voor het Evangelie! Hier zien we een pure tegenstelling met wat in onze wereld normaal is. In onze wereld geloven we dat je pas echt gelukkig kunt worden als je er voor jezelf het beste uitsleept. Jóúw leven daar gaat het om, jóúw kostbare tijd, jóúw geld, jóúw belangen. We vullen ons leven daarmee terwijl we weten dat het ons niet ècht gelukkig kan maken. Een leerling dóét wat met die wetenschap. Een leerling wordt gelukkig in het geven van zijn leven aan de Heer en aan de talloze mensen in nood. “Het is beter te geven dan te ontvangen”, zegt de apostel Paulus tegen de kerk van Efese. (Hand. 20: 35)
Het tiende hoofdstuk van het Mattheüs-evangelie, dat we nu al een paar weken lezen, het handboek van de leerling zou je kunnen zeggen, besluit met een paar opmerkingen over de gastvrijheid die de leerlingen zullen ondervinden op hun tocht voor het Evangelie. Het is nogal logisch dat een afgezant gastvrijheid verwacht van degenen naar wie hij of zij uitgezonden is. Dat is ook de wens van Jezus voor zijn leerlingen en Hij maakt hen ook duidelijk waaròm ze op gastvrijheid mogen rekenen: “Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft.” (vers 40) In die paar woorden geeft Jezus aan waar een leerling zijn gezag aan ontleent: een leerling heeft iets te vertellen in zoverre hij of zij zich volledig afhankelijk durft te maken van Jezus! Moeilijk misschien voor ons mensen die zich juist zo graag ònafhankelijk willen voelen. We willen onze eigen weg gaan, ons eigen leven leiden, onze eigen boodschap uitdragen. Een leerling is bereid daarvan af te zien, is bereid ‘profeet’ te zijn, dat wil zeggen degene die het Evangelie uitdraagt. De mens die niet zijn eigen woorden spreekt, niet zijn eigen boodschap heeft, maar leeft voor Gods Woord! Wie zo iemand gastvrij ontvangt neemt de Meester zèlf op.

En dan gebeuren er mooie dingen zoals we in de eerste lezing hoorden. De Sunamitische vrouw neemt de profeet Elisa gastvrij op en zorgt zelfs voor een extra kamer, zodat de profeet altijd kan komen, wannéér hij maar wil. Die goedheid blijft niet onbeantwoord: de vrouw, die geen kinderen heeft en een man die al oud is, waardoor haar toekomst onzeker is, zal een zoon krijgen.
Wie bereid is ruimte te maken voor het Woord van God. Wie dat woord onderdak wil verlenen in het eigen leven, wie wil luisteren naar de leerlingen zal daarvoor rijkelijk beloond worden door diezelfde God. Jezus noemt zijn leerlingen ‘deze kleinen’. Een leerling heeft immers geen goud of zilver, geen reiszak, geen extra stel kleren. Een leerling moet op pad gaan zonder sandalen of reisstok. Een leerling heeft maar één ding bij zich: het Evangelie. Een boodschap die je doet beseffen dat je nog een lànge weg te gaan hebt. Misschien moeten we deze vakantie eens de tijd nemen om leerling te zijn, tijd om het Evangelie zelf te lezen. Tijd voor God: vacare: vakantie! Amen

Ter overdenking

Neem even de tijd
heel even maar
om je naaste te zien - te ontmoeten
op je weg.

Neem even de tijd
heel even maar
om in stilte zijn schepping
te bewonderen op je weg.

Neem even de tijd
heel even maar
om te genieten, dankbaar te zijn
op je weg.

Neem even de tijd
heel even maar
om te denken dat elke nieuwe dag
een gave, maar ook een opgave is
op je weg.

Neem even de tijd
heel even maar
om te kijken waar je kunt helpen
op je weg.

Neem ook de tijd
om gelukkig te zijn
door uit jezelf te treden,
ruimte te geven aan de ander
op je weg.

Bergum

Burgum

Dokkum

Dokkum

schiermonnikoog

Schiermonnikoog

Newreader

Inhoudsopgave