Pastorale brief 6

Vanmorgen heb ik mijn dagelijkse luisterboodschap ontvangen van mijn collega de stadspastoor van Fulda, pastoor Stefan Busz. In deze tijd hebben we veel meer contact dan in normale tijden. Zo is er elke morgen de Eucharistieviering uit de mooie kerk die midden in het centrum van Fulda ligt, de Blasiuskerk. En ‘s avonds om 6 uur volgt dan het avondgebed. Elke morgen tegen kwart over 7 zendt pastoor Busz een boodschap de wereld in. Daarnaast leest dominee Herman de Vries uit Dokkum, collega en goede vriend ook elke dag een psalm voor begeleid door meditatieve orgelmuziek. Zo begint mijn dag tegenwoordig. En dat is geen slecht begin zo kan ik u verzekeren!

Vanmorgen had mijn collega uit Fulda een opwekkende boodschap die ik graag met u zou willen delen. We klagen nogal wat over wat de huidige crisis aan ongemak met zich meebrengt. We missen de sociale contacten op bijvoorbeeld het kerkkoor. Je kunt niet naar de kerk en daardoor ook niet naar de gezellige nazit bij het koffiedrinken. Kinderen krijgen tot na de meivakantie thuis les van hun ouders, die toch minder geduld hebben dan ze zelf dachten. Je kunt niet meer gezellig een terrasje pikken en daardoor is er ook niet veel lol maar aan het naar de stad gaan. Bedrijven komen langzamerhand echt in de problemen omdat er geen geld meer binnenkomt terwijl de vaste lasten gewoon doorgaan. En zo zou ik nog wel een tijdje kunnen doorgaan. Nadeel is dat je met zijn allen makkelijk in een negatieve spiraal terecht kunt komen. En wie bewijs je daarmee nou een dienst?

Op het eind van de dag, meestal lig ik dan al in bed, doe ik (dat klinkt misschien als iets uit de oertijd) een gewetensonderzoek. Wie heb ik tekort gedaan vandaag. Mensen of God? Ik vraag om vergeving voor mijn fouten en kan daarna meestal goed slapen.

Collega Stefan Busz gaf vandaag de tip: als je nou eens probeert om niet te kijken naar wat je in deze crisis allemaal niet kunt doen, maar eerder naar wat je de crisis aan extra’s geeft. Ik noem maar wat: zelf merk ik dat ik aan mijn gebedsleven veel meer toekom dan anders. En in het leven van een priester is gebed toch onontbeerlijk! Je relatie met God onderhouden staat toch in hoog aanzien? U laat uw partner toch hoop ik ook niet alleen maar tussen neus en lippen door merken dat u om hem of haar geeft! Verder praat ik over de telefoon veel vaker met mensen en dan niet alleen maar over koetjes en kalfjes. Ik geniet van mijn heerlijke tuin. Mensen die belangstellend vragen naar hoe het op de pastorie gaat. Of het daar ook zo stil is. Een praatje met de groenteman die ik nu verkies boven de gemakkelijke loop naar de supermarkt. Een bankje op de Bolwerken. Geen tijd of druk? Dat zou een pertinente leugen zijn. Je eindigt de dag, ook nu, heerlijk als je weer wat oog krijgt voor al dat moois.

Jezus heeft gezegd: Kijk eens naar de vogels in de lucht. Ze maaien niet en ze zaaien niet maar maken alle mensen blij met hun gekwetter. Zo vrij als een vogeltje. Dat zijn we naast alle zorgen, die ik niet ontken. Beslist niet hoor! Maar sluit de dag eens positief af met een opwaartse spiraal!

Mede namens pastor Jan van Beek, pastor Paul Verheijen
pastor Paul: 0519 292476, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
pastor Jan: 06 8386 8271, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Printversie van de pastorale brief klik hier.

Pastorale Brief
Door omstandigheden zal de pastorale brief van volgende week niet op vrijdag, maar pas op zaterdag verzonden worden.

Eucharistieviering op de televisie en op Omroep Friesland
Op zondag 26 april om 10.00 uur komt de Eucharistieviering vanuit het bisdom Breda. De viering in de Sint Antoniuskathedraal in Breda wordt voorgegaan door pastoor Norbert Schnell. De uitzending is te zien op NPO2.tv

Sinds de kerksluitingen in verband met de Corona-pandemie zendt ook Omroep Friesland, in samenwerking met de kerkeraad van de Protestantse Gemeente te Franeker, op zondag om 10.00 uur op televisie een kerkdienst uit vanuit de Martinikerk in Franeker. Deze week, op zondag 26 april, wordt vanuit de Martinikerk een Eucharistieviering uitgezonden, waarin Marco Conijn, pastoor van de Heilige Jakobusparochie in Noordwest-Friesland, zal voorgaan. Lector in deze viering is de heer Arno Brok, Commissaris van de Koning in Friesland en parochiaan van de Heilige Jakobusparochie.

Gebed
Deze week een gebed om kracht en vertrouwen uit de kring van de Belgische bisschoppen:

God van alle leven,
van oudsher hebt U uw liefde aan de mensen getoond.
In Jezus, uw Zoon, bent U ons heel nabij gekomen.
Hij heeft zieken genezing en vrede gebracht.
Door zijn goedheid en verzoening
heeft Hij nieuwe toekomst geopend
voor mensen die verloren waren.

Kom ons tegemoet met de Geest die Jezus bezielde,
in deze dagen van onrust en onzekerheid.
Geef ons kalmte, wijsheid en moed
om te onderscheiden wat we kunnen doen
om anderen tot steun te zijn
en deze crisis te helpen overwinnen.

Doe ons groeien in hoop en vertrouwen
nu wij allen zo sterk onze kwetsbaarheid ervaren,
en houd in ons het geloof levend
dat U alles ten goede leidt.
Door Christus, onze Heer.

Het Evangelie van de zondag
Lucas 24: 13-35 (Willibrordvertaling, 1975)bijbel

In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat Emmaus heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: ‘Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?’ Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: ‘Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?’ Hij vroeg hun: ‘Wat dan ?’ Ze antwoordden Hem: ‘Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen ! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden, en ze kwamen zeggen dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.’

Nu sprak Hij tot hen: ‘O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben ! Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?’ Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: ‘Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.’ Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: ‘Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?’ Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Dezen verklaarden: ‘De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.’ En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.

Overweging door pastor Paul

camilloZusters en broeders,
Het is toch wel bijzonder als je uit het Evangelie opmaakt hoe Jezus de dag van zijn verrijzenis heeft doorgebracht. Eerst is er in de vroege morgen de ontmoeting met de vrouwen aan het graf, pas laat op de avond volgt dan de ontmoeting met de apostelen, maar verder is Jezus eigenlijk de hele dag van Pasen onderweg met twee onbekende leerlingen: van de een weten we de náám niet eens, de ander, Kleopas geheten komen we ook verder nèrgens in het Evangelie tegen. Waarom besteedt Jezus de eerste dag van zijn nieuwe leven aan zomaar twee leerlingen, die in de groep om Hem heen blijkbaar geen enkele rol speelden? Zou het niet logischer zijn geweest met de verantwoordelijken van de groep te spreken en hen de nodige instructies te geven? Zo denken wìj met in ons achterhoofd de paus die tijdens de pandemie de verantwoordelijke kardinalen vast nog wel even gesproken heeft. Zó ga je met de spaarzame tijd die je nog rest òm, denken wij. Maar ik denk dat de evangelist Johannes met deze geschiedenis van de twee onderweg naar Emmaüs heeft willen onderstrepen dat de verrezen Christus meegaat met èlke leerling ook met òns, vandaag in deze crisistijd! Die twee leerlingen die wegtrekken uit Jeruzalem om naar huis toe te gaan, terug naar het leven van alledag, die twee staan voor ons allemaal. Als je de praatprogramma’s volgt op de televisie zien we bezorgde mensen. Hoe moet het verder gaan? Onze gezichten zijn nu vaak bedrukt net zoals de gezichten van de twee leerlingen. En er is toch ook meer dan genoeg reden voor tranen in onze ogen! Grootouders kunnen hun kleinkinderen niet mee even vasthouden. Middenstanders weten niet hoe lang ze hun hoofd nog boven water kunnen houden. Ouderen die kwetsbaar zijn. Kerken die ik weet nog hoe lang gesloten blijven. Kortom: er is genoeg reden voor pessimisme!

Maar op een gegeven moment van de tocht naar Emmaüs komt de Gekruisigde zèlf op hen af en gaat tussen de twee leerlingen ìn lopen. Ze herkennen Hem níét en Hij vraagt aan hen waarom ze eigenlijk zo triest en verslagen zijn. Denk je eens in: nu, één dag nadat je een geliefde vriend naar het kerkhof hebt gebracht komt hij tussen ons in lopen, we herkènnen hem niet, omdat hij de laatste is die we levend verwachten te zien. Hij vraagt: ‘waarom zijn jullie eigenlijk zo bedrukt en waar hèbben jullie het over?’ ‘Zijt gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?’ (Lucas 24: 18) Hoe is het mógelijk? Hoe kun je nou níét weten wat daar de afgelopen dagen gebeurd is? Een vreemdeling zeker, stelt Kleopas niet al te vriendelijk vast, een onbenul zouden wìj misschien zeggen, iemand die geen krant leest of televisie kijkt. Maar Kleopas heeft níét in de gaten dat het precies over Hèm gaat, over die vreemdeling! ‘Wij leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen’, zeggen ze, ‘maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn’. (vers 21)

En ze voegen er haast terloops aan toe, zònder er zelf in te geloven: ‘Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden, en ze kwamen zeggen dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde… maar Hem zagen ze niet’. (vers 22-24) Aan de twee leerlingen is de Blijde Boodschap van de verrijzenis verkondigd, maar ze zijn blijven steken in hun verdriet! En inderdaad: de twee vrouwen hebben óók niets gezien! Maar dat geldt voor die twee onderweg naar Emmaüs net zo goed: ze hebben Jezus nota bene tussen hen ìn en ze herkennen Hem niet eens!

Jezus zet hen, weliswaar op een vriendelijke toon, toch even flink op hun nummer: ‘O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben’. (vers 25) Nu zijn de rollen omgedraaid, nu zijn zìj, de twee leerlingen de vreemdelingen, die blijkbaar al jaren luisteren naar de verhalen uit de bijbel, maar nóóit hebben gemerkt dat die ergens over gìngen! Het gezelschap van Jezus verandert de leerlingen, verandert niet alleen hun hart, maar hun héle leven! Het Evangelie van Pasen vraagt om gelóóf! We geloven immers in een eeuwig leven, in verrijzenis! En dat is geen mooi oud sprookje, maar het is de kèrn van ons geloof. Wie dàt kwijt is, raakt alles kwijt! Naast heimwee (en dat màg!) kan vreugde om een voltooid leven, een einde aan ziekte en lijden, een nieuw leven bij God, alléén maar reden tot diepe blijdschap zijn!

Tegen het eind van de reis hebben de leerlingen nog maar één eenvoudige wens: ‘Blijf bij ons, Heer’. (vers 29) Jezus neemt de uitnodiging aan en gaat naar binnen. De evangelist vertelt ons over een maaltijd, over brood dat gebroken en uitgedeeld wordt. En tijdens die heilige maaltijd gaan hen de ogen pas open. Ze herkennen Hem! De vreemdeling verdwijnt, maar de Heer blìjft: in hun hàrten!

Ons gaat het nèt zo: er zijn méér mensen gestorven dan normaal. Mensen van wie gehouden werd, waardevolle mensen, zoals ieder schepsel in Gods ogen waardevol is. Maar wat blijft is het Paasevangelie dat Hij letterlijk tot aan de uiteinden van de aarde heeft verkondigd. Wat blìjft is die heilige Maaltijd die ook ik met een paar mensen mag gaan vieren in de kerk van Burgum. Wie blijft is de Heer zelf, de verrézen Heer wel te verstaan. Die zal nooit weer begraven worden. Dat we dat weer spoedig samen mogen vieren dat is mijn hartenwens!

Amen.

Tekens van hoop en troost door pastor Jan

Ook deze week waren er weer een paar mooie berichten te lezen in de media, berichten waar een mens warm en dankbaar van wordt. Dit keer heb ik een paar berichten gevonden in onze eigen regio.klokken

Op de websites van Omroep Friesland en de Leeuwarder Courant vond ik een bericht van afgelopen vrijdagmiddag 17 april:
Op de Nieuwestad stond een grote groep mensen langs de gracht, er lag een kinderwagen in het water. Op dat moment komt er een man, kletsnat, uit de gracht met een baby’tje op zijn arm. Hij overhandigt het kind aan de dankbare moeder, pakt zijn telefoon en fietst -onder groot applaus van de omstanders- weer weg. Andere omstanders halen vervolgens de kinderwagen uit het water.
De held van het verhaal is onbekend. Ook is onbekend hoe de kinderwagen en de baby in het water beland zijn.
Mijn ‘geloof in de mensheid’ krijgt van dit soort verhalen altijd weer een zwieper de goede kant op.

Al vanaf ongeveer 20 maart laat zendt de omroep BNNVARA ’s avonds laat op NPO2 en later nogmaals op NPO1 het programma Frontberichten uit. Het dagelijkse programma duurt ongeveer 10 tot 15 minuten en vertelt, aan de hand van korte video-opnames (‘vlogs’) van betrokkenen zelf, iets over de stand van zaken in Nederland rond het Corona-virus. Het verhaal wordt dus verteld vanuit het standpunt van direct-betrokkenen. Als je slecht kunt slapen van dit soort beelden, moet je het misschien niet ’s avonds kijken, maar ik vind het zelf ongelooflijk leerzaam om te zien.
In de loop van de uitzendingen ben ik fan geworden van dr. Wouter van Geffen, een jonge longarts-oncoloog in het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). Al heel in het begin van de Corona-crisis maakte hij in het programma de opmerking: ‘Pfoeh. Ik vind het nogal wat!’ en in de loop van de uitzendingenreeks horen wij dat vaker. Als longarts-oncoloog (specialist op het gebied van longkanker) is hij gewend ernstige ziektebeelden te zien en regelmatig slecht-nieuwsgesprekken te moeten voeren. Als iemand in zo’n positie onder de indruk is van een bepaald ziektebeeld, dan zegt mij dat wel iets. Wouter van Geffen is daarnaast ook een heel goede communicator, hij heeft een uitgesproken vriendelijke en rustige uitstraling en is heel goed in het verwoorden wat de situatie met hemzelf en met de overige medewerkers van het ziekenhuis doet.
Op woensdag 22 april j.l. opende hij de uitzending door vol trots te vertellen dat men in het MCL (tijdelijk?) een Corona-afdeling had kunnen sluiten. Vervolgens introduceerde hij Corrie: ‘Dit is Corrie. Corrie is één van onze geheime wapens. Corrie gaat nu de kamer, waar tot een uur geleden de laatste Corona-patiënten lagen, voor de laatste keer schoonmaken’. En daarna laat Corrie, van top tot teen in beschermende kleding, vrolijk zien hoe zij het virus ‘van boven naar beneden’ met schoonmaakmiddelen te lijf gaat.
En daarmee brengt Wouter van Geffen op en heel mooie en aansprekende manier in beeld dat het bestrijden van deze crisis een gezamenlijke inspanning is. Het zijn niet alleen de artsen en verpleegkundigen die ‘aan de frontlinie’ ‘heroïsche gevechten’ leveren voor patiënten. Nee, het zijn heel veel mensen, in allerlei posities en omstandigheden, van hoog tot laag, die -soms met gevaar voor hun eigen gezondheid- een bijdrage leveren aan de bestrijding van deze crisis en -zoals de intro van het programma het zegt- ‘meehelpen om Nederland weer gezond te maken’.
Wij horen het regelmatig van onze minister-president: ‘Alleen samen krijgen wij het Corona-virus onder controle’. Wij worden allemaal opgeroepen om ons aan de nieuwe gedragsregels te houden. Wij worden ook allemaal opgeroepen om, ieder op haar of zijn eigen plaats, ons eigen steentje bij te dragen. Dat kan zijn als medewerker in de thuiszorg, als vakkenvuller, als kassa-medewerker, als pakjesbezorger, als schoonmaker of ook als arts of verpleegkundige. Ook wij kunnen een bijdrage leveren, ook wij kunnen ‘één van de geheime wapens’ zijn, zoals Wouter van Geffen het noemt. Al is het maar door thuis te blijven, al is het maar door af en toe -op gepaste afstand- om te zien naar onze buren en bekenden. Alleen samen komen wij deze crisis te boven.

Tenslotte: Via de rondzendbrief van een bevriende parochie werd ik gewezen op een gedicht van een Ierse monnik, de Franciscaan Richard Hendrick ofm.cap. Hij deelde de volgende gedachte al op 13 maart j.l. via tauFacebook. Ook hij probeert deze crisis niet alleen te zien als bron van angst en zorgen, maar als een kans, als een startpunt voor een eenvoudiger levensstijl en voor een nieuwe economie. Ik deel deze tekst graag met jullie:

Isolatie

Ja, er is angst.
Ja, er is isolatie.
Ja, er wordt gehamsterd.
Ja, er is ziekte.
Ja, er is zelfs dood.

Maar,
ze zeggen dat je in Wuhan na zoveel jaren van lawaai
de vogels weer kunt horen zingen.
Ze zeggen dat na slechts een paar weken van rust
de lucht niet langer stijf staat van de smog
maar blauw en grijs en helder is.

Ze zeggen dat in de straten van Assisi
mensen elkaar toezingen
over de lege pleinen
en hun ramen openhouden,
zodat zij die alleen zijn
de geluiden van familie
om hen heen kunnen horen.

Ze zeggen dat een hotel
in het westen van Ierland
gratis maaltijden aanbiedt
en bezorgt bij hen die aan huis gebonden zijn.

Vandaag is een jonge vrouw die ik ken
druk bezig om in haar buurt
flyers te verspreiden met haar nummer,
zodat ouderen iemand hebben
die ze kunnen bellen.

Vandaag bereiden kerken, synagogen,
moskeeën en tempels zich voor
om dakloze, zieke en vermoeide mensen
te kunnen verwelkomen
en onderdak te bieden.

Over de hele wereld beginnen mensen
te vertragen en na te denken.
Over de hele wereld kijken mensen
op een nieuwe manier naar hun buren.

Over de hele wereld worden mensen
ontvankelijk voor een nieuwe werkelijkheid,
voor hoe groot we eigenlijk zijn
en hoe klein onze feitelijke controle is,
over wat er werkelijk toe doet,
over liefde.

Dus bidden we en wij realiseren ons:
Ja, er is angst,
maar er hoeft geen haat te zijn.
Ja, er is isolement,
maar er hoeft geen eenzaamheid te zijn.
Ja, er wordt gehamsterd,
maar er hoeft geen gierigheid te zijn.
Ja, er is ziekte,
maar de ziel hoeft niet te lijden.
Ja, er is zelfs dood,
maar er kan altijd
een wedergeboorte van liefde zijn.

Word je bewust van de keuzes die je maakt
voor je leven nu.
Adem vandaag.

Luister achter de fabrieksgeluiden van je paniek,
en hoor: De vogels zingen weer.
De lucht klaart op.
De lente is weer in zicht.

En altijd worden we omringd door Liefde.
Open de ramen van je ziel.
En al ben je niet in staat
om de ander over het lege plein aan te raken:
Zing!

Mede namens mijn collega, pastor Paul, alle goeds gewenst. Graag tot een volgende keer,
pastor Jan van Beek

 

Bergum

Burgum

Dokkum

Dokkum

schiermonnikoog

Schiermonnikoog

Newreader

Inhoudsopgave