Pastorale brief 1

Wij leven in een bijzondere en heel onzekere tijd. De situatie waarin wij ons nu bevinden is ongekend en voelt heel vreemd aan. De invloed van het Corona-virus heeft vergaande consequenties voor het maatschappelijk en kerkelijk leven. Voor veel mensen fungeren kerken als plaatsen van eendracht en hoop. Juist in deze tijd hebben mensen behoefte aan tekens van hoop en uitkomst, nu mensen van allerlei generaties (tijdelijk) sociaal geïsoleerd raken. Ook de kerken kunnen nu niet gebruikt worden om aan mensen een boodschap van hoop en perspectief te verkondigen, en dat is heel bijzonder. Zoals ds. Sytze Ypma in de kerkdienst van afgelopen zondag op Omroep Friesland al opmerkte: ‘Zelfs in de Tweede Wereldoorlog zijn de kerkdiensten doorgegaan’.
Op het moment van schrijven is het zo dat alle publieke kerkelijke vieringen tot en met Tweede Paasdag 13 april a.s., dus inclusief de vieringen van de Goede Week, door de Nederlandse bisschoppen -met pijn in het hart- zijn afgelast. Nu het in deze tijd niet mogelijk is om in de kerk samen te komen om te vieren -of zelfs maar om samen koffie te drinken of als koor te repeteren- zoekt het pastoraal team naar wegen om contact te houden met u en jullie als parochianen, om het geloofsleven te ondersteunen en zo samen de kerk op te bouwen. Wij willen jullie ook laten weten dat jullie alle dagen in onze gedachten en gebeden zijn. Wij nemen ons daarom voor, zolang dit nodig en mogelijk is, wekelijks een Pastorale brief te schrijven.hartjebrief
In de Pastorale brief staan: - korte informatie over de Eucharistieviering op televisie, - een gebed, - de evangelielezing van de zondag, - een overweging door één van de pastores en - een rubriek ‘tekens van hoop en troost’. Vanzelfsprekend is dit een ‘werk in uitvoering’, misschien is het wenselijk om hier in de loop van de tijd wat dingen aan te passen. Als jullie suggesties hebben, horen wij die graag.

Gebed

De Nederlandse bisschoppen vragen de gelovigen om hun gebed. In deze tijd bevelen zij het onderstaande gebed aan:

God, toevlucht in onze nood, handen
kracht in onze vertwijfeling en angst,
vertroosting in ziekte en lijden.
Wees ons, uw volk, nabij en genadig
nu wij allen de gevolgen ondervinden
van het uitgebroken Corona-virus.
Wees een Beschermer voor hen
die dit virus hebben opgelopen,
wij bidden voor hen om hoop en genezing.
Wij bidden voor hen die aan de gevolgen van dit virus
zijn overleden, dat zij bij U geborgen mogen zijn.
Wij bidden voor allen die werkzaam zijn
in de gezondheidszorg en het openbaar bestuur,
dat zij uw nabijheid en zegen mogen ervaren in hun werk
ten dienste van heel de samenleving.
Doe ons beseffen hoe groot uw liefde is voor ieder van ons
en dat Gij met ons zijt
nu wij de kwetsbaarheid van ons bestaan ervaren.
Versterk ons geloof en onze hoop
zodat wij ons altijd zonder aarzelen overgeven
aan uw vaderlijke voorzienigheid.
Door Christus onze Heer.
Amen.

Het Evangelie van de vierde Zondag in de Veertigdagentijdbijbel
Johannes 9: 1-41
(Dit is de ‘lange’ versie, gekozen in verband met de overweging van pastor Paul).

In die tijd zag Jezus in het voorbijgaan een man die blind was van zijn geboorte af. Zijn leerlingen vroegen Hem: ‘Rabbi, wie heeft gezondigd, hijzelf of zijn ouders, dat hij blind geboren werd?’ Jezus antwoordde: ‘Noch hij, noch zijn ouders hebben gezondigd, maar de werken Gods moeten in hem openbaar worden. Wij moeten de werken van Hem die Mij gezonden heeft verrichten zolang het dag is. Er komt een nacht en dan kan niemand werken. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld.’ Toen Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte met het speeksel slijk, bestreek daarmee de ogen van de man en zei tot hem: ‘Ga u wassen in de vijver van Siloam,’ - wat betekent: gezondene.- Hij ging ernaar toe, waste zich en kwam er ziende vandaan. Zijn buren nu en degenen die hem vroeger hadden zien bédelen, zeiden: ‘Is dat niet de man, die zat te bédelen?’ Sommigen zeiden: ‘Inderdaad, hij is het.’ Anderen: ‘Neen, hij lijkt alleen maar op hem.’ Hijzelf zei: ‘Ik ben het.’ Toen vroegen ze hem: ‘Hoe zijn dan uw ogen geopend?’ Hij antwoordde: ‘De man die Jezus heet, maakte slijk, bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij: Ga naar de Siloam en was u. Ik ben dus gegaan, waste mij en kon zien.’ Ze vroegen hem toen: ‘Waar is die man ?’ Hij zei: ‘Ik weet het niet.’ Men bracht nu de man die blind geweest was bij de Farizeeën; de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen geopend, was namelijk een sabbat. Ook de Farizeeën vroegen hem dus, hoe hij het gezicht herkregen had. Hij zei hun: ‘De man die Jezus heet, deed slijk op mijn ogen, ik waste mij en ik zie.’ Toen zeiden sommige Farizeeën: ‘Die man komt niet van God, want Hij onderhoudt de sabbat niet.’ Anderen zeiden: ‘Hoe zou een zondig mens zulke tekenen kunnen doen?’ Zo was er verdeeldheid onder hen. Zij richtten zich opnieuw tot de blinde en vroegen: ‘Wat zegt gijzelf van Hem, daar Hij u toch de ogen geopend heeft?’ Hij antwoordde: ‘Het is een profeet.’ De Joden wilden niet van hem aannemen, dat hij blind was geweest en het gezicht herkregen had, eer zij de ouders van de genezene hadden laten komen. Zij stelden hun toen de vraag: ‘Is dit uw zoon, die volgens uw zeggen blind geboren is? ‘Hoe kan hij dan nu zien?’ Zijn ouders antwoordden: ‘Wij weten, dat dit onze zoon is en dat hij blind is geboren, maar hoe hij nu zien kan, weten we niet; of wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet. ‘Vraagt het hemzelf, hij is oud genoeg en zal zelf zijn woord wel doen.’ Zijn ouders zeiden dit omdat zij bang waren voor de Joden, want de Joden hadden reeds afgesproken dat alwie Hem als Messias beleed, uit de synagoge gebannen zou worden. Daarom zeiden zijn ouders: Hij is oud genoeg, vraagt het hemzelf. Voor de tweede maal riepen de Farizeeën nu de man die blind was geweest, bij zich en zeiden hem: ‘Geef eer aan God. ‘Wij weten dat die man die Jezus heet, een zondaar is.’ Hij echter antwoordde: ‘Of Hij een zondaar is, weet ik niet. Eén ding weet ik wel: dat ik blind was en nu zie.’ Daarop vroegen zij hem wederom: ‘Wat heeft Hij met u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?’ Hij antwoordde: ‘Dat heb ik al verteld, maar gij hebt niet geluisterd. Waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt ook gij soms leerlingen van Hem worden? Toen zeiden zij smalend tot hem: ‘Jij bent een leerling van die man, wij zijn leerlingen van Mozes. Wij weten dat God tot Mozes gesproken heeft, maar van deze weten we niet waar Hij vandaan is.’ De man gaf hun ten antwoord: ‘Dit is toch wel wonderlijk, dat gij niet weet vanwaar Hij is; en Hij heeft mij nog wel de ogen geopend. Wij weten dat God niet naar zondaars luistert, maar als iemand godvrezend is en zijn wil doet, dan luistert Hij naar zo iemand. Nooit in der eeuwigheid heeft men gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend. Als deze man niet van God kwam, had Hij zo iets nooit kunnen doen.’ Zij voegden hem toe: ‘in zonden ben je geboren, zo groot als je bent, en jij wilt ons de les lezen ?’ Toen wierpen ze hem buiten. Jezus vernam dat men hem buitengeworpen had en toen Hij hem aantrof, zei Hij: ‘Gelooft ge in de Mensenzoon?’ Hij antwoordde: ‘Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.’ Jezus zei hem: ‘Gij ziet Hem, het is Degene die met u spreekt.’ Toen zei hij: ‘Ik geloof, Heer.’ En hij wierp zich voor Hem neer. En Jezus sprak: ‘Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat de niet-zienden zouden zien en de zienden blind worden.’ Enkele Farizeeën die bij Hem stonden, hoorden dit en zeiden tot Hem: ‘Zijn ook wij soms blind?’ Jezus antwoordde: ‘Als gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben, maar nu gij zegt: wij zien, blijft uw zonde.’

Overweging door pastor Paul
prekenZusters en broeders,
Een ongewone manier van u benaderen. Wat ik nu opschrijf zou ik normaal gesproken tijdens de Eucharistieviering tot u gezegd hebben. We leven in een uitzonderlijke tijd, waarbij alle normale regels even aan de kant gezet zijn. Onze kerken blijven tot en met de Tweede Paasdag gesloten. De bijzondere vieringen in de Goede Week moeten we voorbij laten gaan. Gelukkig hebben we nog de televisie-uitzendingen. Deze zondag voorgegaan door kardinaal Eijk met daarna een bijzondere uitzending van een keten van gebeden. Daarbij gaat de afdeling godsdienst van de KRO bij alle bisdommen langs. Elke bisschop, te beginnen met onze eigen bisschop Van den Hout in de Bonifatiuskapel van Dokkum, gaat voor in gebed. Zo klinkt er een keten van gebeden op naar God. Hopen en bidden: dat zijn onze wapens waarmee we als gelovigen de strijd tegen het virus aangaan.
In het Evangelie komen we een man tegen die al vanaf zijn geboorte blind is. Jezus zag hem in het voorbijgaan. Waar en wanneer dat was vermeldt het Evangelie niet. Het lijkt erop dat de evangelist ons vooral wil laten zien dat Jezus onderweg is.
Het gaat om een arme man die al jaren op dezelfde plek zit waar hij om een aalmoes vraagt. Velen hebben hem daar zien zitten. Alleen een enkeling heeft van tijd tot tijd even bij hem stilgehouden om hem wat kleingeld te geven en vervolgens verder te gaan. Jezus ZIET deze man en blijft bij hem staan. Meer niet! Ook de leerlingen blijven stil staan en ze kijken naar hem, maar met een heel andere blik dan Jezus. Voor de leerlingen wordt hij een ‘geval’ waarover je met elkaar kunt discussiëren. Zij zijn meer geïnteresseerd in het theoretische probleem dan in de noodsituatie van de blinde. Het gaat in de ogen van de leerlingen om een nogal belangrijk probleem: “Rabbi wie heeft gezondigd, hijzelf of zijn ouders, omdat hij blind geboren werd?” (vers 2)
in het jodendom van die tijd was de handicap het gevolg van zonde. God zou de mens straffen naar de mate waarin hij schuldig was. Ook deze week las ik nog in een krant de vraag of de Corona pandemie geen straf van God zou zijn voor de goddeloze ontrouw van ons mensen aan God. Twintig eeuwen later nog steeds dezelfde vraag dus. En hoe vaak vragen mensen zich in ellende niet af: ‘maar wat voor kwaad heb ik gedaan dat de Heer mij op deze wijze straft?’
Laat ik daar volstrekt duidelijk zijn: dat is een grote misvatting, een regelrechte belediging van God. Alsof Hij op de loer ligt om onze zwakheden gelijk af te straffen! Jezus verzet zich tegen zo’n opvatting met de woorden: “noch hij, noch zijn ouders hebben gezondigd...” Jezus wil hier geen antwoord geven op de vraag naar het waarom van pijn en verdriet in onze wereld. Jezus wil wel duidelijk maken wat de houding van God tegenover het kwáád is.
God roept niet alleen nooit het kwaad over zijn leerlingen af, maar is ook geenszins onverschillig tegenover de ellenden en de ziekten die over ons komen, zoals nu het Corona-virus een dramatische invloed gaat krijgen op onze samenleving. Oudere, kwetsbare mensen in levensgevaar, landen die hun grenzen sluiten, hamsterende mensen, ouderen die geen bezoek meer krijgen, kinderen en studenten die geen school meer hebben en ga zo nog maar even door.
Juist dan is het God tot wie we ons in gebed kunnen keren. God die ons te hulp komt. Dat is het verhaal van de blindgeborene. Terwijl de leerlingen discussiëren over de schuld van de man aan zijn ziekte, houdt Jezus van hem. Treedt op hem toe en raakt hem met een teder gebaar aan. Zo geneest Hij de man van zijn ziekte. In dat handgebaar voltrekt zich het mysterie van Gods liefde. Ja, werkelijk een onbegrijpelijk mysterie Net zo onbegrijpelijk als de hardheid en het kwaad bij mensen.
We moeten in deze dagen minimaal anderhalve meter bij elkaar vandaan blijven en dat voelt ongemakkelijk. Geen knuffels, geen hand geven. Begrafenissen in kleine kring. Dat dreigde even mode te worden, maar nu is het bittere noodzaak, ja zelfs verplichting in verband met de dreigende besmetting.
Jezus zegt tegen de blinde: “Ga u wassen in de vijver van Silóam.” En de blinde ging er naar toe, waste zich en kwam er ziende vandaan. Deze genezing is geen kwestie van magie of van esoterische praktijken.
Nee het gaat om veel eenvoudiger dingen: het is voldoende om gevolg te geven aan de woorden van Jezus. Ook wij mogen aan den lijven ondervinden wat de blinde overkwam. Het is voldoende om ons hart te laten raken en ons te wassen in de Silóam. Dat wil zeggen: ook nu we niet naar de kerk kunnen, juist nú, ons gebedsleven te intensiveren: intensive care noemen ze dat in het ziekenhuis (intensieve zorg). Geef zuurstof aan ons gebedsleven, verzorg het met liefde, de liefde die de verpleegkundigen in het ziekenhuis bezielt.
Aangeraakt door Jezus krijgt deze blinde een wedergeboorte: hij ziet niet alleen degenen hij eerst niet zag, maar is ook gaan houden van Jezus die hij niet eens goed kent. Een nieuwe mens. Er waren zelfs mensen die dachten dat ze hem niet kenden. Anderen beschuldigden hem en wierpen hem de synagoge uit.
Maar dan ontmoet hij Jezus weer, die met de man in gesprek gaat. Jezus laat degene die zich met Hem verbonden heeft niet in de steek. Hij verraadt niet wie bij Hem wil horen.
In deze nieuwe ontmoeting met Jezus, die hem eerst de ogen van zijn lichaam geopend had, opent Hij nu de ogen van het hart. Dat hebben we allemaal nodig, van week tot week, juist nu we elkaar veel minder dan anders lijfelijk kunnen ontmoeten. Verlos ons van grenzen, versterk onze handen, vergroot ons hart en laten wij, net als de blinden Jezus omhelzen en Hem zeggen: “Ik geloof Heer!” (vers 38)
Amen

Mede namens pastor Jan van Beek wens ik u een goede week en weet dat u ons altijd kunt bellen!
pastor Jan: 06 8386 8271, pastor Paul: 0519 292476

Tekens van hoop en troost door pastor Jan

Zelfs Dorenda en ik merken al, ondanks het feit dat wij met z’n tweeën zijn, dat in deze tijd eenzaamheid op de loer ligt. Je zou zo graag naar klokkenmensen toe gaan, je zou zo graag iemand een hand geven, iemand omhelzen, iemand een schouderklopje geven. Maar dat is nu niet verstandig. Vandaar dat wij deze Pastorale brief afsluiten met een rubriek, waarin wij een paar tekens van hoop en troost benoemen.

Het eerste voorbeeld, de naamgever van deze rubriek, is een lokaal initiatief van de Oud-Katholieke Paradijskerk in Rotterdam. Dit initiatief werd onmiddellijk overgenomen door de landelijke Raad van Kerken. Afgelopen woensdag en de komende woensdagen worden, overal in Nederland, van 19.00 tot 19.15 uur de kerkklokken geluid als boodschap van bemoediging, hoop en troost voor mensen in eenzaamheid. Met deze ‘klokken van troost en hoop’ kunnen de kerken mensen, over de grenzen van sociaal isolement heen, met elkaar verbinden. Ze hopen zo steun te bieden aan mensen die ziek zijn en erkenning te geven aan alle mensen die zich inzetten voor de gezondheid, het welzijn en de veiligheid van hun medemensen, van ons allemaal.

Een tweede teken van hoop vind ik de hulp die nu vanuit China wordt aangeboden aan de zwaar getroffen gebieden in Noord-Italië. China stuurt medici, verpleegkundigen en veel materiaal om de mensen in Italië te helpen waar mogelijk. De Chinese artsen en verpleegkundigen hebben ervaring en know-how. Zij hebben in China veelal weken, zo niet maanden, onafgebroken gewerkt en gevochten voor het leven van hun landgenoten, onder zeer moeilijke en gevaarvolle omstandigheden. Zij reizen nu naar de andere kant van de wereld om, opnieuw onder zeer moeilijke en gevaarlijke omstandigheden, hun leven in de waagschaal te stellen voor andere mensen, in een voor hen ver en vreemd land. Als je het even op je laat inwerken is dit een ontroerend teken van naastenliefde en opofferingsgezindheid en een lichtend baken van hoop voor de mensheid.

In deze trant zou ik uren kunnen doorgaan. Over een minister die zich zo verantwoordelijk voelt en zo hard werkt dat hij er -letterlijk- bij neervalt, over een nieuwe minister die -onafhankelijk van politieke kleur en partijlijnen- tot het kabinet toetreedt. In moeilijke tijden zie je nu hoe het land samenwerkt en hoe scheidslijnen wegvallen. Je ziet hoe iedereen zich op zijn eigen plaats inzet voor het welzijn van het geheel. Dat is winst en dat mag ons dankbaar stemmen.

Alle nieuwskanalen zorgen er in deze tijd voor ook positief, opbouwend en ontroerend nieuws naar voren te brengen. Probeer ook dat nieuws te lezen en op je in te laten werken. Mensen in eenzaamheid zijn meer vatbaar voor sombere gedachten. Probeer daar op een gezonde manier wat afstand van te nemen. Er is alle reden om vertrouwen te hebben en te houden in de mensheid, er is alle reden om te vertrouwen en om vast te houden aan onze eigen gelovige inspiratie. Vanuit onze inspiratie, vanuit de levenshouding die Jezus ons heeft voorgeleefd, vanuit de christelijke hoop, kunnen wij dan -elk op onze eigen plaats, in het groot of in het klein- meewerken aan het algemeen welzijn en aan goede verhoudingen in onze gemeenschappen, in ons land en in de wereld als geheel.

Pas goed op jezelf en op elkaar.
Mede namens pastor Paul: Graag tot volgende week.

Hier de printversie

Bergum

Burgum

Dokkum

Dokkum

schiermonnikoog

Schiermonnikoog

Newreader

Inhoudsopgave